Marit is 28, alleenstaand, werkt in Amsterdam en verdient een modaal inkomen (circa €45.000 bruto per jaar). Zonder lopende kredietregistraties kan zij, uitgaande van de financieringslasttabellen 2026 (toetsrente circa 4,5%, looptijd 30 jaar), een maximale hypotheek van ongeveer €238.000 krijgen.
Het kantelpunt zit in hoe BKR die limieten gaat tellen. Marit gebruikt ze niet allemaal tegelijk, en ze zijn er met een reden: haar creditcard zorgt dat ze bij een huurauto niet de borg hoeft voor te schieten, achteraf betalen gebruikt ze om eerst die nieuwe schoenen thuis te passen voordat ze afrekent, en haar parkeer- en OV-app houden een limiet aan omdat ze vooraf niet weet hoe lang ze in de stad blijft of welke route ze terug neemt. Op enig moment staat er hooguit een fractie open. Op papier, in het BKR-register, staat de volledige som geregistreerd.
Wat er met haar leencapaciteit gebeurt, hangt dus sterk af van hoe aanbieders en toezichthouders die limieten meewegen: als beschikbare ruimte, of als feitelijk gebruikt krediet. Twee scenario's, dezelfde Marit.
Vuistregel: per €100 toetsmaandlast verdwijnt circa €21.000 hypotheekruimte (4,5% / 30 jr, annuïtair). Bedragen bij benadering, op basis van de financieringslasttabellen 2026; de exacte uitkomst varieert per geldverstrekker en met de actuele rente.